Vandaag was ik getuige van een heuglijk feit. Vandaag is namelijk eindelijk de Vereniging (van) Educatieve Auteurs formeel opgericht. De voorbereidingen hebben anderhalf jaar in beslag genomen. Dat blijkt zo te gaan als je een club mensen wilt verenigen. Je moet bedenken wat je doelstellingen zijn, wat eigenlijk educatieve auteurs zijn (wie mag erbij?) en welke activiteiten je op korte en lange termijn gaat ondernemen. Daar is veel geduld en heel veel zitvlees voor nodig.
Maar vandaag is het bestuur benoemd en de statuten zijn goedgekeurd. Uiteraard wel met enige buitengewoon relevante wijzigingsvoorstellen. Als voorzitter van de vergadering had ik de schone taak het tempo erin te houden en toch iedereen te "horen". Er zaten een paar Neerlandici in de zaal en dat zijn mensen met oog voor het talige detail. "Kan het woordje 'van' niet weg uit de naam van de vereniging? En 'educatieve auteurs' is dat niet een anglicisme?", "Ik ga emigreren en hier staat dat de auteur in Nederland moet wonen. Ik publiceer overigens ook in het Gronings en hier staan alleen Nederlands en Fries genoemd. Wordt Gronings uitgesloten?" Ik riposteerde schalks dat we het zeker niet konden oplossen door "en alle dialecten van het Nederlands" in de statuten op te nemen. Een exposé over het Neder-Saksisch volgde.
Hoe dan ook, na twintig minuten waren we door de statuten heen zodat deze bij de notaris gedeponeerd kunnen worden. Daarna vertelde onze "huisadvocaat" Jan-Kees Govers wat elke auteur van zijn auteursrecht zou moeten weten. Bijvoorbeeld dat het absoluut de moeite loont om zogenaamde intentieverklaringen, voorovereenkomsten en contracten kritisch te lezen en je te verzetten tegen bepalingen die je niet zinnen.
Hij waarschuwde ons met klem tegen vooral de voorovereenkomsten en intentieverklaringen. Dat zijn briefjes of andere documenten waarin de uitgever in een paar regels de auteur bijvoorbeeld vraagt al zijn rechten maar vast over te dragen voor alle mogelijke publicatievormen, ook die nog uitgevonden moeten worden, nog voor de auteur een letter op het scherm heeft. De uitgever verklaart in zo'n briefje van plan te zijn het manuscript uiteindelijk uit te geven, en pas dan de auteur een contract ter tekening aan te bieden. Maar even zo goed kan de hele handel de prullenbak in als er iets verandert op de markt of in het beleid van de uitgeverij. De uitgeverij kan bijvoorbeeld zomaar gekocht zijn door een eigenaar die andere plannen blijkt te hebben. (Als auteur zou ik de vinger aan de pols houden als mijn uitgever in de etalge staat.) Je hebt dan inmiddels al afstand gedaan van je auteursrecht dus je eigen werk aanbieden aan een concurrent kun je ook op je buik schrijven. Dus tied verknooid! Dit soort tragische gevallen hebben zich inmiddels al bij de VvEA gemeld. Erg hè.
Het kan nog erger. UItgevers blijken auteurs ook te vragen iets te tekenen waarin ze afstand doen van het recht zich te verzetten tegen bewerking. Dit gaat om het verveelvoudigingsrecht en het persoonlijkheidsrecht; beide onderdeel van het auteursrecht. Dit persoonlijkheidsrecht om de kwaliteit van je werk te beschermen kan nooit aan de uitgeverij overgedragen worden maar er kan wel afstand van gedaan worden. Doe dit nooit!
Wat blijkt: een uitgever kan de eerste editie van een methode laten maken door zeer ervaren (en mondige en dus dure) auteurs. Binnen twee jaar moet er een en ander bijgewerkt worden. De auteurs van het eerste uur worden buiten spel gezet en het onderhoud van de methode wordt overgenomen door onervaren goedkope krachten. De bedenkers kunnen vervolgens fluiten naar hun inkomsten. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit daadwerkelijk gebeurt, maar Jan-Kees heeft zo'n case in behandeling.
Het is dus maar goed dat die Vereniging er nu is, want dan kunnen mensen die met dit soort zaken worden geconfronteerd ergens terecht voor goede raad die niet duur is.
Nu is de grap dat ik zelf jarenlang uitgever ben geweest en ook auteurs niet altijd het bovenste uit de kan heb gegeven. Maar ik was toen nog jong en onwetend en onder invloed van mijn heer en gebieder Dick Coutinho die ten stelligste volhield dat het overal zo ging en dat men overal evenveel betaalde.
Vind ik uitgevers nu jakhalzen waar met grote achterdocht mee samengewerkt moet worden?
Natuurlijk niet! Eens een uitgever, altijd een uitgever. Het afgelopen jaar heb ik tijdens de vergaderingen regelmatig last gehad van identiteitscrisesjes. Vandaag nog versprak ik me. Ik zei "Vereniging van Educatieve Uitgevers" terwijl ik "Auteurs" had moeten zeggen. Schaam! Daarom heb ik ook voorlopig geen zitting genomen in het bestuur. Uitgevers zijn over het algemeen van goede wil, hebben liefde voor hun vak en respect voor de auteur. En als dat niet zo is, dan ram ik het er wel in bij de Trainingen Auteursmanagement die ik voor VOB/Boekacademie geef.
Veel uitgevers en projectleiders staan onder druk van hun meerderen om auteurs af te knijpen in contractuele en/of financiële zin of in aandacht. Alles tevoren afdekken wat er in de komende jaren maar mis zou kunnen gaan in overeenkomstjes die tijdens de borrel over tafel geschoven worden, kost minder tijd en vergt bij de uitgever minder auteursrechtelijke kennis dan in alle rust een licentieovereenkomst op maat uitonderhandelen die ieders belangen dient. (Eén van de eerste dingen die ik van mijn mentor moest leren was auteurs onder tafel drinken zodat ik "alles gedaan zou krijgen".)
De GEU (Groep Educatieve Uitgevers) en de VvEA zijn gestart met gesprekken over een modelcontract voor de educatieve sector. Dat zal een lange weg worden, bovendien met de NMA in de nek, maar die wel noodzakelijk is. Het modelcontract heeft in de literaire wereld voor veel rust en een evenwichtiger werkverhouding gezorgd. Ik heb goede hoop dat de GEU dit ook als haar belang ziet.
Overigens ben ik benaderd door een grote uitgever om mee te werken aan een methode als auteur. Ik hoop dat hij nog even enthousiast is over mijn deelname als hij dit verhaal leest ;-).