Stel, je hebt een school of je hebt een groot bedrijf waarin je meer met e-learning wilt gaan doen. Je hebt een elektronische leeromgeving nodig. Of, je hebt in het verleden een ELO gekozen en je wilt een andere. Hoe pak je dat dan aan? Waar begin je? Je wilt weten wat er allemaal aan ELO's te krijgen is en of er een ELO is die kan wat jij met je onderwijs wil. In dit artikel een aantal links naar bronnen, en waarschuwingen vooraf, om je zoektocht in ELOland efficiënt aan te pakken.
Wensenlijst
Het is sowieso verstanding om eerst een grove wensenlijst op te stellen. Waarschijnlijk wil je ongeveer dit.
- Een plek waar je cursussen kunt aanmaken. Die cursussen moeten logisch ingedeeld kunnen worden, bijvoorbeeld op leerjaar, op afdeling of op onderwerp.
- Binnen zo'n cursus wil je ook een mooie overzichtelijke indeling kunnen maken van leeractiviteiten.
- Je wilt leerobjecten die van buiten de ELO komen, kunnen plaatsen op de plek waar je cursisten ze verwachten aan te treffen. Leerobjecten zijn video's, animaties, geluidsfragmenten, teksten, links naar websites. Als die leerobjecten iets moeten leten gebeuren in het hoofd van de cursist, moeten er activerende opdrachten aan gekoppeld zijn.
- Voor die opdrachten wil je verschillende vormen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld discussieopdrachten in een forum, samenwerken aan een tekst in een wiki of cursisten uitnodigen om eigen werk in te sturen waarop iedereen een peer-review loslaat.
- Binnen de ELO wil je ook leerobjecten kunnen aanmaken, bijvoorbeeld een webpagina of een toets.
- Je wilt dat cursisten makkelijk met elkaar kunnen samenwerken in een groepje, bestanden delen en in een groepsforum discussiëren.
- In vrijwel alle onderwijsvormen wil je kunnen volgen hoe je cursisten het doen. Je wilt hen toetsen en hun resultaten over de loop van een periode volgen en vergelijken met andere cursisten.
- Ook heb je uiteraard behoefte aan beheer van al die leeractiviteit. Je wilt cursisten koppelen aan een cursus zodat ze toegang hebben en je wilt ook een docent aan de cursus koppelen.
- Ten slotte wil je een cursus, als die eenmaal is afgerond, weer leegmaken en weer klaar maken voor een volgende groep. De cursussen en leerobjecten zelf wil je dus ook kunnen archiveren en terugvinden, zodat je met je bouwstenen steeds weer nieuwe cursussen kunt maken.
- Cursisten willen wel een portfolio hebben waarin ze de spullen die ze maken zelf kunnen bewaren en meenemen als ze een andere opleiding gaan doen.
Zoek de verschillen
Het lastige is dat bijna alle ELO's deze functies wel zo'n beetje bieden maar de ene doet het makkelijker dan de andere. En de een is makkelijker aan te haken bij wat je al aan ict in huis hebt dan de andere. En dan zijn er natuurlijk ook nog verschillen in kosten. Sommige ELO's worden heel goed onderhouden en bieden steeds nieuwe mogelijkheden en andere dreigen naar de marge te verdwijnen. En dan kun je ook nog besluiten om niet een complete ELO te nemen met alle toeters en bellen maar om losse componenten bij elkaar te zoeken en die via je eigen portal toegankelijk te maken. Je hebt bijvoorbeeld al Sharepoint voor je bestandsbeheer en voor het aanmaken van groepen en webpagina's en je hebt al een e-mailprogramma, enzovoort...
Open of closed source?
Een eerste keuze is voor open of closed source. Open source ELO's zijn vrij te gebruiken maar er komt ook geen service aan huis bij. Voorbeelden zijn Moodle en Sakai. Rondom deze pakketten zijn wel communities die informatie over het gebruik bij elkaar brengen en er zijn ook boeken op de markt. Ook zijn er bedrijven die ondersteuning kunnen bieden. Je betaalt dan niet voor de licentie op het programma zelf, maar je kunt je budget uitgeven aan maatwerk van een adviseur die de installatie precies zo doet als jouw instelling dat wil.
Closed source is commerciële software. Je betaalt dan elk jaar weer een fors bedrag voor de licentie op het gebruik en voor de ondersteuning. Voorbeelden zijn It's Learning, Blackboard en N@tschool.
Deze vijf ELO's zijn op dit moment de meest gebruikte in Nederland. Sakai wordt op dit moment wat meer in de universitaire wereld gebruikt; de andere vier zowel in mbo, hbo als op universiteiten en ook in het bedrijfsleven. Open source wordt de laatste tijd wel steeds populairder. Sinds de Open University in Engeland Moodle heeft opgepikt en daarmee een paar honderdduizend gebruikers aan het moodelen heeft gekregen, verspreidt Moodle zich als een olievlek. Zelfs grote bedrijven als Shell overwegen implementatie voor hun bedrijfsopleidingen.
Vooraf de voorwaarden op een rij zetten
Wat voor software je ook kiest, neem de tijd en de rust om eerst heel kritisch naar het nu te kijken en naar de nabije toekomst van je instelling. Een ELO implementeren haalt een heleboel overhoop. Allerlei zwakke plekken in je opleidingsorganisatie komen aan het licht. Stel liever vooraf een diagnose en zorg ervoor dat de voorwaarden om het keuzeproces goed door te maken zijn vervuld.
- Wat voor soort onderwijs bied je nu aan en hoe wil je dat in de toekomst? Zorg ervoor dat je eerst je onderwijsvisie en je didactisch model hebt beschreven. Heeft iedereen ongeveer hetzelfde antwoord op de vraag: wat is een goede cursus en hoe bouw je een opleiding goed op?
- Breng objectief in kaart wat je docenten aan digitale vaardigheden in huis hebben. Een docent die het al lastig vindt om een tabel in Word te maken, gaat niet zelf een cursus aanmaken in een ELO. Die heeft hulp nodig. Maak een lijstje van de docenten die wel willen en kunnen en ideeën hebben. Laat hen meebeslissen. En houd alvast rekening met training die de docenten nodig zullen hebben. De voorlopers kun je daarvoor inschakelen.
- Inventariseer wat je IT-afdeling aan capaciteit, enthousiasme en kennis heeft om ondersteuning te bieden. Zijn ze al continu overbelast en moet je op je knieën voor elk verzoek, breng dan eerst je IT-afdeling op orde voor je uberhaupt aan het ELO-verhaal begint.
- Kijk ook goed wat je al aan licenties op applicaties hebt lopen en wat de applicaties die je hebt al voor functies kunnen vervullen. Het is zo zonde om geld te verspillen. Stel dat je een ELO hebt gekozen en je blijkt je cursistengegevens niet automatisch te kunnen exporteren naar ander pakket!
- En bedenk hoe je intern de kwaliteit van de ELO wilt gaan beheren. Zorg ervoor dat verantwoordelijkheden voor de kwaliteit van het onderwijs bij de juiste partijen zijn belegd. Vaak wijzen onderwijskundigen naar afdelingsdirecteuren die vervolgens naar het CvB wijzen, die vervolgens weer terugwijzen naar de onderwijskundigen. Ondertussen heeft de docent de cursus al ongestoord gegeven. Bedenk een cursusontwikkelroute met toetsmomenten, als je die nog niet hebt voor je 'gewone' modules.
- Ben je directeur? Hoe geïnteresseerd ben je zelf in de mogelijkheden van een ELO? Waarom wil je het eigenlijk? Wat weet je ervan? Hoe zie je je eigen rol? Je zal IT en docenten bij elkaar moeten brengen en iedereen moeten kunnen motiveren, want het is in het begin gewoon veel gedoe en er is altijd al zoveel dagelijks gedoe. Als directeur zal je het keuze- en implementatieproces moeten kunnen richten (wat wil je ermee bereiken), inrichten (wie moeten het implementeren en hoe gaan ze dat doen) en laten verrichten (project moet stevig gemanaged worden).
Het is een open deur, maar IT in het onderwijs gebruiken verandert je wereld echt niet zo heel erg. Als docenten nu op hun eigen manier lesgeven en door niemand geadviseerd, gesteund, gecontroleerd worden, wordt je ELO net zo'n bende als je harde schijven op de server nu waarschijnlijk zijn.
Hoe vergelijken?
De vraag blijft: hoe vergelijk je ze nu met elkaar? Gelukkig hebben allerlei deskundigen zich daar al over gebogen. Daarom hier een aantal links die je helpen als je je aan het oriënteren bent op het keuzeproces.
Onderwijsvisie
Een goed begin is deze cursus blended learning. De cursus is gemaakt in Moodle, dus je maakt meteen kennis met deze leeromgeving. Waarschijnlijk zit je in een werkgroep om de keuze voor te bereiden. Doe dan deze cursus samen om de visie op onderwijs die je met de ELO wilt realiseren, scherper te formuleren.
Voorwaarden vooraf
Hierboven wees ik op het belang van een goed beeld van waar je onderwijsinstelling nu staat ict-matig. Dit rapport van Berenschot helpt je om jezelf te scoren en te bepalen wat er nog moet gebeuren om klaar te zijn voor een succesvolle implementatie.
Methodisch kiezen
SURF, de instelling die het hoger onderwijs ondersteunt met kennis en diensten op het gebied van ict, heeft veel te bieden over het kiezen van een ELO. Een dossier van Joke Droste helpt het keuzeproces methodisch aan te pakken. Het is wel uit 2000, dus de voorbeelden van ELO's die ze noemt, zijn wel wat verouderd, maar de denkstappen blijven actueel. Nog veel meer links over het kiezen van een ELO vind je bij SURF op deze pagina. (SURF is overigens langzamerhand naar een nieuwe site aan het migreren.)
EduTools is een site waarop gebruikers productinformatie en reviews hebben gezet en er staat ook een 'decision making tool' op. Als je productinformatie hebt bekeken, hebt bedacht welke features je belangrijk vindt en daar een prioritering aan hebt gegeven, rekent het tool voor je uit welke het beste bij je organisatie past. Fantastisch!
Overzicht van links over ELO's
Op leren.nl in de rubriek Elektronische Leeromgevingen, vind je een mooi overzicht van links naar communities rond ELO's, naar reviews van ELO's en naar een paar goede achtergrondartikelen over e-learning. Er zijn nog meer open source ELO's bijvoorbeeld Claroline (nu meer bekend als Dokeos en in België de grote concurrent van Blackboard) en FLE3. Hier vond ik ook de link naar EduTools.
Kiezen voor open source
Fred de Vries en Rob Nadolski van de Open Universiteit schreven een goed toegankelijk en overzichtelijk rapport over het gebruik van open source leeromgevingen in het onderwijs. Zij noemen een aantal voorwaarden voor succesvolle implementatie. In 2003 zijn 35! open source ELO's vergeleken en de resultaten staan in dit rapport. Als je hetzelfde onderzoek nu zou herhalen, zou de uitslag anders zijn, maar de criteria waarop ze zijn vergeleken zijn blijvend interessant. Welke criteria vind je zelf belangrijk? Een veel actueler evaluatie van open source ELO's vind je in de afstudeerscriptie van Karin van den Berg. Moodle wint op alle fronten. Rob Nadolski heeft met een aantal collega's in 2006 nog eens onderzocht waarom onderwijsinstellingen voor open source kiezen en daar is dit goede rapport uitgekomen.
Alternatieven voor een complete ELO
Social software, bloggen, podcasten en wat al niet; een kort overzicht van Wilfred Rubens. Social software kan een alternatief zijn voor een complete ELO.
De Hogeschool Arnhem Nijmegen heeft besloten om Blackboard uit te faseren en een eigen ELO te laten bouwen gekoppeld aan Sharepoint. In dit korte artikel lees je hoe de HAN tot die keuze is gekomen. Ook hier is het 'chassis' (de onderwijsvisie) eerst gebouwd. Daarvan zijn specificaties voor de keuze van een ELO afgeleid en vervolgens is besloten om aan Sharepoint extra functionaliteiten te koppelen. De HAN bouwt deze zelf. Sharepoint is natuurlijk geen open source, het is van Bill G, dus ik ben benieuwd hoe dat gaat.
In dit artikel - dat ook wat fijne inleidende ELO-theorie bevat - wordt ook het 'SOA' (Service Oriented Architecture)-project van de HAN genoemd en andere alternatieven voor Blackboard, dat langzamerhand zijn nummer-1 positie aan het verliezen is.
Ten slotte nog een paar waarschuwingen over tijd, team en adviseurs
Onderschat het kiezen voor een ELO of het aanleggen van SOA niet. Voor een ROC, HBO of universiteit mag je minstens een jaar uittrekken voor het kiezen en implementeren. Haastige spoed geeft teleurstelling achteraf. Geef de mensen die je met de keuze belast een dag per week om zich op het project te storten. Veel projecten lopen de soep in omdat er te weinig werktijd in gestoken wordt. Je doet het niet even tussen de lessen door.
Stel een breed projectteam samen waarin alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn. Laat dus docenten, studenten, IT-ers, onderwijkskundigen en leidinggevenden meewerken aan het project. Laat nooit één partij zijn keuze doordrukken, ook IT niet. Zet mensen in het team die het leuk vinden om zich hierin te verdiepen en graag creatief over onderwijs nadenken. Het is helemaal fijn als ze ook iets van IT weten. Zet er ook een paar typische 'waarschuwers' bij om de luchtfietsers in bedwang te houden.
En nog een waarschuwing: je kunt je natuurlijk extern laten adviseren bij je keuzeproces, maar verzeker je ervan dat je adviseur echt onafhankelijk is, en toch niet stiekum connecties heeft met Microsoft of een belang bij een bepaald OSS zodat hij je daarna ondersteuning kan verkopen. Je adviseur moet denken vanuit wat jouw instelling nodig heeft en niet vanuit de software. Dat je adviseur voorkeuren heeft, is natuurlijk niet te vermijden, maar daar moet hij/zij wel transparant over zijn.

