Mbo's en hbo's vernieuwen in cycli van een aantal jaar hun onderwijsvisie en hun didactisch concept. Ook zijn ze bezig met het implementeren van een ELO, zoals Moodle, Blackboard of Its Learning. Sommige instellingen zijn alweer met een volgende implementatiecyclus bezig en overwegen de ELO die vijf jaar geleden gekozen is te vervangen. Jammer genoeg gaan de innovaties in didactiek en in techniek niet altijd samen op. Soms is een groep mensen aan de ene kant van de instelling bezig een nieuwe ELO voor de studenten te selecteren en aan de andere kant zijn de onderwijskundigen bezig met het formuleren van een onderwijsvisie. Hoe kun je die twee processen nu samen laten gaan? Ik wil dat eerst maar eens op het overzichtelijke niveau van één module beschouwen en dan binnen de context van het leerlijnenmodel. Later wil ik het vanaf managementniveau benaderen.
Het leerlijnenmodel verdeelt het onderwijs in vijf soorten modulen die in elke periode parallel lopen. In een periode kan een student een project of een simulatie doen op de integrale leerlijn, een cursus op de conceptuele lijn en een training op de vaardighedenlijn. Daarnaast is er nog de stagelijn en de studieloopbaanlijn. Ik ondersteun docenten die voor deze leerlijnen studiehandleidingen moeten ontwikkelen. Als gereedschap heb ik voor hen formats gemaakt, voorzien van een toelichting op de ontwikkelstappen die de docent moet zetten. Het format is eigenlijk niet veel meer dan een vaste inhoudsopgave voor de studiehandleiding. Daarmee bereikt de instelling dat alle handleidingen dezelfde structuur hebben. Dit is prettig voor zowel docenten als studenten.
Hier ziet u een voorbeeld van een format voor een project: Download format_project.doc. In een project gaat het om het leren samenwerken aan een beroepsproduct waarbij studenten zelfstandig bronnen inzetten uit verschillende vakdisciplines. Hoe zou je de manier van leren in een project nu kunnen faciliteren met een ELO? En waarom zou je dat doen? Ik wil die vraag met behulp van een aantal voorbeelden behandelen voor een project.
Eerst een klein uitstapje naar een algemeen antwoord op het waarom. Vooral mbo-studenten hebben heel veel weerzin tegen en moeite met het lezen van een stuk tekst. Een deel van hen doet het gewoon helemaal niet. Een studiehandleiding van 15 pagina's wordt vluchtig doorgebladerd en dan beginnen ze als een kip zonder kop. Ik wilde nooit geloven dat het zo 'erg' was, maar het is wel zo. Ik zat laatst bij een paar klassen met studenten die aan een project werken. Ze stellen vragen waarop het antwoord letterlijk in de tekst staat.
Een ELO biedt mogelijkheden om zo'n 'boekje' in stukken te hakken, te verdelen over onderwerpen die overzichtelijk onder elkaar gepresenteerd zijn, elk onderwerp voorzien van een 'lead' als in de Metro of de Spits. Alleen een inleidinkje dus met een beschrijving van de inhoud in een paar zinnen. Daaronder kunnen de onderdelen waaruit een onderwerp bestaat op verschillende manieren gepresenteerd worden: in een kort tekstje, een audiofragment, een tabel die je kunt invullen, een filmpje, een interactief testje, een link naar een andere site. Afwisseling om 'dat vervelende lezen' maar een beetje te breken en studenten een gevoel van controle te geven doordat ze kunnen open klikken wat ze zien. Dat kan studenten net iets meer motiveren om inhoud te verwerken.
Het is sowieso handig als een handleiding ook online beschikbaar is. Geen studenten meer die niet verder kunnen omdat ze het 'boekje' niet bij zich hebben....
Een ELO om het leerlijnenmodel te versterken
Het maakt niet uit over welke ELO de instelling beschikt. ELO's als Its Learning, Moodle, Didactor, Sakai of Blackboard beschikken vrijwel allemaal globaal over dezelfde functionaliteiten. Daarnaast bieden allerlei losse tools ook oplossingen (MSN, Hyves, Google Docs). Dus wat u ook voor systeem in huis heeft, de mogelijkheden die ik hieronder aangeef, zijn altijd wel op de een of andere manier te realiseren. Ik heb overigens hierbij niet de ambitie dat het onderwijs van de inzet van een ELO ontzettend vernieuwt. Mijn inzet is meer om de sterke punten van het leerlijnenmodel beter uit de verf te laten komen.
Hier nog even in het kort de inhoudsopgave van het format voor een project:
1. Inleiding
2. Opdracht
2.1 Casus
2.2 Gevraagd product en specificatie
3. Informatiebronnen en hulpmiddelen
4. Begeleiding en organisatie
4.1 Planning
4.2 Begeleiding
4.3 Organisatie
5. Beoordeling en verantwoording
6. Bijlagen
Per onderdeel geef ik een aantal mogelijkheden voor de inzet van een ELO.
Inleiding
Een ouderejaars student die het project ook gedaan heeft kan met een kort filmpje het project inleiden. Ze kan vertellen wat ze ervan geleerd heeft en waarom ze denkt dat het project van belang is voor het beroep. Ook kan ze een paar zinnige tips weggeven. Een student die ziet dat een ander hem met enige werkplezier is voorgegaan, zal iets meer zin krijgen om te beginnen.
Als studenten na de afronding van hun project de opdracht krijgen om een introductiefilmpje op te nemen, kan de begeleidend docent meteen zien wie echt iets van het project heeft opgestoken. Alleen de beste filmpjes worden in de ELO gepubliceerd. Een element van competitie doet het meestal wel goed.
Opdracht: casus
Een opdracht moet altijd een beroepsauthentieke opdracht zijn. Het is een echt probleem dat uit de praktijk komt en dat geïntroduceerd wordt door een echte opdrachtgever. Dat is de casus. In een papieren handleiding kan de casus alleen in tekst gepresenteerd worden en soms zitten er een paar plaatjes bij. In een ELO kan de casus via beeld, geluid en tekst worden gepresenteerd. In een project voor de doktersassistente-opleiding moet bijvoorbeeld een plan gemaakt worden voor de herinrichting van een wachtkamer. Het zou mooi zijn als een huisarts op video een rondleiding geeft in zijn wachtkamer en de problemen waarvoor hij een oplossing wil, kan aanwijzen. Patiënten kunnen ook vertellen wat hen wel en niet bevalt aan de huidige wachtkamer. Zo gaat de casus meer leven. Bij de casus zit een digitale plattegrond van de wachtkamer die de studenten zelf kunnen bewerken. En natuurlijk een link naar de site van de huisartsenpraktijk die in de casus centraal staat.
De opdrachtgever en de patiënten uit de casus zijn te benaderen via een forum waarin de studenten vragen kunnen stellen. De docent kan instellen of dit forum alleen zichtbaar is voor het eigen groepje studenten of voor de hele klas. Ze kan ook bepalen wanneer het forum toegankelijk is, en hoe lang, zodat studenten leren hun vragen goed voor te bereiden als het forum maar drie keer een dag open is. Hiermee kan de praktijk beter benaderd worden, want in het echt kun je de opdrachtgever ook niet om de haverklap een vraag stellen. (Overigens kan de rol van opdrachtgever ook door een docent gespeeld worden, maar dat hoeven de studenten natuurlijk niet te weten.)
Opdracht: gevraagd product en specificaties
Studenten vinden het vaak heel moeilijk om specificaties (eisen/beoordelingscriteria) naar hun eigen werk te vertalen. Wanneer is het nu goed genoeg wat we maken? Toen ik laatst met studenten sprak over een project dat ik voor hen had geschreven, bleek wat een gekke misverstanden er kunnen ontstaan. Ik liet hen een handout maken bij een workshop. Een student vroeg mij hoe ze alles in een A4 kon krijgen. Nergens in de handleiding staat dat de handout maar een A4 mag zijn. Het bleek dat ze bij een workshop presentatievaardigheden geleerd hadden dat dat 'een regel' is.
Dat studenten gehinderd worden door dit soort kennis, is natuurlijk niet te voorspellen. Maar je kunt wel wat meer richting geven door een aantal voorbeelden van vergelijkbare producten in de ELO te publiceren. Laat je een inrichtingsplan maken voor een wachtkamer, dan geef je een voorbeeld van een plan voor een kantoorruimte. Dan weten ze in elk geval welke vorm het moet hebben. De inhoud kunnen ze dan zelf bedenken. Dat zou natuurlijk ook op papier kunnen, maar dan verdwijnt het vaak weer in een bijlage en als je het gewoon tussen de tekst plaatst, trekt het juist weer zo de aandacht. Een linkje waarmee je het kunt openklappen bij het onderwerp 'product' is zoveel eleganter.
Informatiebronnen en hulpmiddelen
Studenten moeten een product funderen op zelfstandig uitgevoerd onderzoek in boeken, op internet en door in contact te treden met experts of met vertegenwoordigers van de doelgroep voor wie ze het product maken. In een ELO kun je ze daarmee makkelijk op weg helpen. In een papieren handleiding staat vaak een rijtje URL's onder elkaar. Studenten moeten dat gaan overtikken in de browser. Dat is vaak al te veel moeite en een typfoutje is zo gemaakt. In de ELO kun je gewoon linken naar de juiste pagina. Studenten vinden het gericht zoeken op internet al zo moeilijk. Zo kun je hen een goed begin bieden en daarmee het doorzoeken uitlokken.
Het Open Leercentrum Online
Studenten kunnen in principe op allerlei plekken in de instelling en thuis werken. Als je wilt dat ze tekst uit boeken gebruiken, zouden ze die boeken eigenlijk online moeten kunnen benaderen. Soms wil je per se dat ze een bepaald hoofdstuk lezen omdat ze daarmee tot een product komen met veel meer diepgang. Maak het gewoon bij de module online toegankelijk. Met uitgevers is daar vaak best uit te komen, als je tenminste wilt aansluiten bij hun businessmodel.
Content direct afspelen
In een eerdere post wees ik op Kennisnet. Op Kennisnet kunnen docenten en studenten zoeken naar allerlei bronnen die al gecheckt zijn op hun geschiktheid voor het onderwijs op mbo-niveau. Docenten kunnen daaruit een selectie maken en deze bronnen direct linken vanuit de ELO. Heel mooi spul staat erop, maar docenten kennen het helaas amper.
In een ELO kunt u ook content van buiten importeren. Dan linkt u er dus niet naar maar het filmfragment of de simulatie is direct op de pagina afspeelbaar. Als u samenwerkt met een collega-instelling kunt u content uitwisselen. Samen heeft u dan meer mooi leermateriaal en door het direct afspeelbaar te maken, lijkt het of het van uzelf is.
Bestanden weggeven om zelf te bewerken
Ook digitale hulpmiddelen kunnen meteen bij de module toegankelijk gemaakt worden. Een specificatie van bijvoorbeeld van het inrichtingsplan voor de wachtkamer is dat het gebaseerd moet zijn op een enquête. Eerstejaars vinden het vreselijk moeilijk om daarvoor vragen en goede vraagvormen te bedenken. Op internet kun je veel voorbeelden van goede enquêtes vinden. Daarnaast kan in de ELO een format voor een enquête worden gepubliceerd waarin studenten alleen nog hun eigen vragen hoeven in te vullen. Dan hoeven ze niet te pielen met het onder elkaar zetten van invul- en aankruisvakjes in Word. Je wilt immers dat studenten tijd steken in dat wat geleerd moet worden en dat is geen hogere Word-vaardigheid.
Begeleiding en organisatie
Studenten werken in kleine groepjes samen in het project. Een ELO biedt hiervoor allerhande faciliteiten waarmee vervelende logistieke problemen kunnen worden aangepakt. Ik zag bijvoorbeeld twee studenten niksen in hun projecttijd. Ik vroeg waarom ze niet verder konden: 'Lisa is er niet vandaag en zij heeft de stick met de laatste versie, dus heeft het nu niet zoveel zin om verder te gaan.' In een ELO kunnen studenten bestanden online delen (kan ook in Google Docs)en is dus altijd de laatste versie vanaf elke werkplek beschikbaar. Studenten kunnen ook met een Wiki gaan werken om samen aan één versie van het product te werken. 'Achter' de tekst kunnen ze elkaar commentaar geven. Kijk voor een idee van de interface van een Wiki gewoon op Wikipedia.
De docent begeleidt het leren van de groepjes studenten. Nadat het project is geïntroduceerd door de opdrachtgever, gaan studenten een Plan van Aanpak maken. (Ze kunnen hiervoor een digitaal format downloaden als extra sturing.) Het beoordelen hiervan is haar eerste gerichte begeleidingsactiviteit. Studenten moeten dit plan ter goedkeuring aan haar voorleggen. In een ELO kunnen studenten dit plan voor de docent publiceren waarna zij digitaal haar commentaar geeft. Studenten maken daarna een nieuwe versie waarin het commentaar is verwerkt. Het is handig als alle versies op eenzelfde plek bewaard worden zodat de docent makkelijk de verschillende versies kan vergelijken en ook haar eigen commentaar kan teruglezen. Ze kan daar dan in de begeleiding en in de beoordeling steeds naar verwijzen. Niets raakt kwijt.
Begeleiden door in de groepsruimtes te kijken
Studenten maken elke week van hun bijeenkomsten notulen en ze werken het Plan van Aanpak bij. Ik merk dat docenten hun begeleidingstijd nu gebruiken om langs de groepjes te lopen om te controleren of ze goed aan het werk zijn. Dat kost veel te veel tijd, want soms moet ze het hele gebouw afzoeken om haar groepjes te vinden. Ze kan beter zelf op een centrale plek blijven en de studenten laten komen. Of studenten iets doen is hun eigen verantwoordelijkheid, maar een docent moet ook niet te passief zijn.
Het samenwerken online volgen en bijsturen
De ELO biedt haar de mogelijkheid om in de groepsruimtes van de studenten te gaan kijken of er wel notulen staan. Uit die notulen en uit concepten van het product moeten vorderingen blijken. Projectgroepen hebben ook een eigen forum waarin ze kunnen communiceren als ze niet op school zijn en ze kunnen chats afspreken. Ziet ze een grote leegte in de groepsruimte, dan grijpt ze in. Het publiceren van notulen, bijgewerkte versies van het plan en van concepten zal verplicht moeten zijn. In een project wordt immers niet alleen het product beoordeeld maar ook het werkproces en daar moeten dus wel bewijzen voor zijn. In een ELO is het veel makkelijker en minder tijdrovend om het proces te volgen. Daarnaast zal de docent natuurlijk ook een paar projectvergaderingen live moeten bijwonen om de sfeer goed te proeven en het vergaderen van de projectgroepen te verbeteren.
Merkt een docent bij het bezoeken van de groepsruimtes dat studenten veel dezelfde vergissingen maken, dan kan ze dit direct signaleren in een nieuwsforum. Blijken ze bijvoorbeeld allemaal te denken dat een handout maar een A4 mag zijn, dan kan ze zo'n misverstand centraal corrigeren met een opmerking in het forum en een bijstelling van de projectopdracht, in plaats van alle groepjes langs te lopen en het gaan zeggen. Niemand kan meer mekkeren: "Ik was er niet bij dus ik kon dat niet weten", want het staat in het forum en iedereen krijgt een melding van deze berichten.
Organisatie
In vrijwel elke ELO zit een agendafunctie. De docent kan daarop aangeven wanneer ze beschikbaar is voor vragen, wanneer er workshops bij een project gepland zijn, wanneer de opdrachtgever beschikbaar is, ze kan er reminders inzetten voor naderende deadlines etcetera. Van elke verandering in de agenda krijgen studenten automatisch via email een melding.
Beoordeling
Hier wil ik een latere post nog op ingaan. Want hier moet ik het over het e-portfolio hebben en dat vergt veel uitleg.
Bijlagen
Het spreekt voor zich dat in een ELO bijlagen in alle mogelijke bestandsformaten gepubliceerd kunnen worden bij het onderwerp of hoofdstuk waar ze relevant zijn.
Bestandsbeheer
We hebben het nog helemaal niet gehad over het beheer van al deze stukjes content. Als je een studiehandleiding op deze manier gaat indelen in onderwerpen (hoofdstukken) en elk stuk content apart publiceert, heb je naast een ELO ook een database nodig waarin je deze 'leerobjecten' opslaat en kunt terugvinden. De ene ELO heeft ook een zogenaamd Learning Content Management System (LCMS), de andere niet. Heeft de ELO dat goed geregeld, of heeft uw instelling bijvoorbeeld Sharepoint waar ook een document management systeem aan hangt, dan kunt u genieten van het grote voordeel dat alle content die docenten maken op een centrale plek staat. U hoeft dan niet meer uit te zoeken welke docent de laatste versie heeft van handleiding X en of die docent niet al vertrokken is met medeneming van zijn bestanden, maar u kunt het zelf opzoeken in de database.
Geïnspireerd?
Ik hoop dat u, als u docent bent, leidinggevende in een opleidingsinstelling, of contentontwikkelaar door bovenstaande laagdrempelige voorbeelden geïnspireerd bent om eens uit te zoeken wat er eigenlijk gedaan wordt met de ELO die uw ROC of HBO-instelling heeft aangeschaft en of er niet meer uit te halen is. Heeft u nog helemaal geen ELO, dan weet u nu een beetje wat u mist.
Graag wil ik een voorbeeldproject aanmaken in de open source ELO Moodle, maar daar moet ik nog even tijd voor maken...
Comments