Op dit moment geef ik onderwijskundig advies bij twee opleidingsinstellingen. Een probleem waar ik op beide instellingen tegenaan loop is dat goede digitale content slecht gezocht en gebruikt wordt en van delen met andere onderwijsinstellingen is al helemaal nauwelijks sprake. Beide instellingen beschikken wel over een ELO waarin content gepubliceerd kan worden en waar links in gezet kunnen worden naar content op het net. Hoe komt het nu dat er zo weinig gebruik gemaakt wordt van goede spullen die gratis gebruikt kunnen worden? En waarom delen instellingen hun ontwikkelinspanningen niet met elkaar? Wat moet er opgelost worden om dat beter voor elkaar te krijgen?
Gebrekkige web- en didactische vaardigheden van docenten
Een deel van de belemmeringen zit in de docenten:
- Jammer genoeg zijn er binnen elk opleiding nog docenten die onvoldoende hun weg kunnen vinden op het web. Ze missen handige zoekstrategieën, hebben nog nooit van Wikipedia gehoord, kennen het bestaan van Kennisnet niet. Als ze Kennisnet wel kennen, raken ze ontmoedigd door de kluwen van communities, subsites en lijsten met links.
- Daarbij komt dan nog een portie wantrouwen over de kwaliteit van de content die gratis wordt aangeboden.
- En het vergt tijd en inzet om de parels te vinden tussen de rommel.
- De kwaliteit en actualiteit van de informatie bepalen vergt ook vakkennis, en helaas is die bij een deel van de docenten ondermaats.
- De docent moet kunnen bepalen of de content goed aansluit bij het niveau van studenten.
- En hij moet kunnen bepalen of de content goed aansluit bij wat hij zijn studenten wil laten leren.
Gelukkig zijn dit allemaal vaardigheden die docenten kunnen aanleren, als er tijd voor gemaakt wordt. Maar, buiten de docent liggen ook veel belemmeringen.
Kennisnet en de contentketen
In
theorie is het digitaal aanbieden van lesmateriaal in een ELO en het
werken met digitale bronnen allemaal zo makkelijk en logisch. Kennisnet,
de organisatie die namens de overheid stimuleert dat het onderwijs in
PO, VO en BVE meer met internet doet, wekt ook die indruk van leuk en makkelijk. Ik heb vandaag nog eens rond gezworven op de site van Kennisnet. Help, wat staat daar al veel op!
Het project van Kennisnet dat mij al een paar jaar het meest interesseert is de Educatieve contentketen. Alle aanbieders en afnemers van (digitaal) lesmateriaal zouden volgens Kennisnet schakels in de contentketen moeten vormen. Wat is de rol daarin van docenten? Zij:
- ontwikkelen mooie materialen, noem ze 'leerobjecten',
- stellen dit beschikbaar aan anderen binnen en liefst ook buiten hun eigen instelling,
- andere docenten vinden dat materiaal,
- arrangeren er een cursus of module mee,
- en gebruiken het met hun studenten.
Uitgevers kunnen natuurlijk ook aan de keten meedoen, en dat doen ze ook. Al verkopen ze nog het liefst grote pakketten met leerobjecten, je kunt die objecten wel importeren in je eigen ELO of ernaar linken, als de school ervoor betaald heeft. Dan kun je vervolgens ermee proberen te arrangeren.
Je hebt uitgevers natuurlijk niet per se nodig. De contentketen zou veel korter kunnen zijn als de content van docenten via een database direct naar de leerlingen zou gaan, maar als ik me probeer voor te stellen wat een docent of ict-coordinator allemaal moet kunnen en snappen om in deze keten te stappen, dan denk ik dat uitgevers zich nog lang geen zorgen hoeven te maken dat ze uit de keten geschakeld worden.
Op deze pagina van Kennisnet staat een artikel 'De digitale schooltas, een toekomstblik' (in de lijst in het midden onder het kopje 'Educatieve contentketen'), dat ook voor instappers in dit onderwerp heel goed toegankelijk en verhelderend is.
Edurep gaat het allemaal makkelijker maken, misschien
Edurep
is hartstikke mooi, denk ik. Als je als aanbieder een database hebt
waar je je leerobjecten in hebt opgeslagen en deze database kan met
andere databases communiceren volgens een bepaald protocol en je hebt
je leerobjecten gemetadateerd volgens het contentzoekprofiel BVE, dan
kun je de deuren van je database opengooien. Edurep zorgt er dan voor
dat zoekers jouw metadata kunnen 'harvesten' en ontdekken of dat
filmpje over die wortelkanaalbehandeling of die opdracht over
patientenvoorlichting of dat stukje theorie over de vorming van
tandsteen erin zit, en dan voor jouw niveau studenten.
(Als bepaalde begrippen in deze tekst abracadabra voor je zijn, dan kun je in deze begrippenlijst zoeken.)
Ik vind dat iedereen al zijn spullen in Edurep moet zetten! Niet doen is geld weggooien.
Ik zou de opleidingsinstellingen waarvoor ik werk, graag adviseren om de materialen die docenten maken te
digitaliseren en in Edurep zetten, zodat ze gedeeld kunnen worden met andere instellingen die dezelfde opleidingen aanbieden. Ik voel me daar persoonlijk bij betrokken. Want, ik heb voor twee ROC's die dezelfde opleidingen aanbieden studiehandleidingen gemaakt. En ik word misschien door een derde ROC gevraagd om nog eens voor de dezelfde opleiding handleidingen te maken. Ik kan natuurlijk heel commercieel
denken en het prima vinden dat scholen mij voor ongeveer hetzelfde maar
dan net een beetje anders goed geld betalen, maar daar zit mijn
bevrediging niet in. Zelf bedenken de directeuren van deze opleidingen
natuurlijk ook dat het veel beter zou zijn om spullen te ruilen, maar
hoe dan?
Er zijn helaas veel praktische bezwaren. Ik noem er een paar.
Waarom het heel lang zal duren voor ROC's Edurep vullen
1 Nog geen database
De
meeste ROC's zijn nog niet zover dat ze hun studiehandleidingen
allemaal netjes in een database hebben staan, en zeker nog niet
gemetadateerd.
2 Elk een eigen leerplan
Alle mbo-opleidingen maken een
leerplan op basis van het kwalificatiedossier. De kerntaken en
werkprocessen die studenten aan het eind van de opleiding moeten kunnen
uitvoeren zijn voor alle opleidingen gelijk, maar de weg ernaartoe
mogen de opleidingen zelf aanleggen. De kans dat leerplannen overlappen
tussen twee, laat staan meer instellingen is klein. Elke instelling
heeft zijn eigen indelingsprincipes voor de opleiding, naar soort behandeling, soort
aandoening of soort werkproces. Daarmee wordt de kans dat een complete
handleiding van opleiding Y door opleiding Z te gebruiken is, dus
klein. Ga maar eens met vijf verschillende opleidingen een gelijk
leerplan maken! De onderwijsmaterialen zijn altijd NU nodig. Zo'n praattraject kost dan altijd te veel tijd.
3 Elk een eigen didactisch concept
Het is handig als je ongeveer
hetzelfde didactisch concept hanteert. Bijvoorbeeld het leerlijnenmodel
van de BDF Groep. De 'constructieregels' die je hanteert voor het ontwerp
van je onderwijs sluiten dan beter op elkaar aan. De kans dat je een
opdracht of bron van elkaar kunt gebruiken is dan groter. Het
leerlijnenmodel wordt op steeds meer opleidingen ingevoerd. Dat is een
gunstige ontwikkeling. Maar na een paar jaar met zo'n concept werken,
zie je op opleidingen vaak toch weer een eigen variant ontstaan.
4 Niet gelijk kunnen oversteken
Wordt de werklast wel eerlijk
verdeeld? Stel dat opleiding Y voorloopt. De opleiding heeft
geïnvesteerd in tijd van de docenten om allemaal mooie handleidingen te
maken en zet deze vervolgens in Edurep. Verwachtingsvol schuimen de
docenten langs de metadata op zoek naar het werk van de andere
opleidingen. En dat blijkt dan tegen te vallen. De anderen nemen alleen
en geven niet. Niet eerlijk! Opleiding Y trekt zich teleurgesteld terug.
5 Verschillende kwaliteitsnormen
En dan de kwaliteit. Ook binnen
een opleiding is dat soms al een heikel punt. De ene docent ontwikkelt
beter materiaal dan de andere. Wat als handleidingen of leerobjecten
van verschillende kwaliteit rijp en groen door elkaar staan? Aan de
metadata kun je meestal de kwaliteit niet aflezen. Wat als opleiding Z
naar het oordeel van opleiding Y alleen maar 'bagger' aanbiedt?
6 Edurep heeft een veel te moeilijke interface
Edurep is te moeilijk. Er is heel
veel kennis en ervaring nodig om ermee te werken, alleen al om de
termen te begrijpen. De stap van niet weten hoe je een tabel maakt in
Word en Blackboard minimaal gebruiken naar content opslaan in
gemetadateerde leerobjecten is voor veel docenten gewoon te groot.
Een transparante interface die
voor heel gewone docenten te snappen is, ontbreekt nog. Wat er nu is,
lijkt vooral gericht op de zeer bij de tijdse ICT-coördinator. Als
deze man of vrouw in de school het gebruik van Edurep op zijn bord
krijgt, zal hij ontmoedigd raken, want de kloof tussen zijn vaardigheid
en die van de docenten die daar leerobjecten uit zoeken moeten halen is
voor hem/haar ook niet overbruggen.
Nou veel gedoe dus.
En wat wil ik daar dan mee?
Oplossen natuurlijk!
Voor alle genoemde bezwaren zijn oplossingen te bedenken:
- Gebruik formats voor het te ontwikkelen materiaal;
- Roep een kwaliteitscommissie in het leven;
- Beloon de docenten die goede materialen ontwikkelen (finacieel of met prestige);
- Koop de content van de scholen in en vraag de afnemende scholen om een bijdragen per school of per leerling.
(Met dank aan Edwin Gorissen voor bovenstaande adviezen.)
Kan allemaal lukken als er tijd voor genomen wordt en de enorme budgetten voor onderwijsinnovatie waarover scholen beschikken, hierin gestoken worden. Eigenlijk is het jammer dat scholen zo rijk zijn dat ze hun ontwikkelwerk allemaal kunnen uitbesteden aan mensen zoals ik. Als ze arm waren, zou de drang tot samenwerking vast groter zijn.
Misschien een aardig idee om eens op Groenkennisnet Onderwijs te gaan kijken. In het groen onderwijs is het wel goed geregeld!
Posted by: Jan van Driel | September 19, 2011 at 10:56 AM